0
SWAB logo
Home > Surveillance > Antibioticaresistentie

Antibioticaresistentie

Wereldwijd is sprake van een toename in antibioticaresistentie. Overmatig gebruik van antibiotica wordt beschouwd als de belangrijkste factor voor antibioticaresistentie. Surveillance van antibioticaresistentie en antibioticagebruik kan bijdragen aan het beheersen van het resistentieprobleem. Het levert informatie op over de omvang en verspreiding van resistentie van "target" bacteriën tegen relevante antibiotica en over de relatie met consumptie van dezelfde antibiotica.

Longitudinale surveillance:

  • Maakt verschuivingen in resistentie in de tijd zichtbaar. 
  • Functioneert als "early warning" systeem voor te verwachten antibiotica resistentie.
  • Levert informatie voor een onderbouwde empirische antibiotische therapie c.q. toetst het gebruikte antibioticabeleid.
  • Helpt bij plaatsbepaling van nieuwe antibiotica. 
  • Is een indicator voor het antibioticagebruik en maakt het effect van interventies zichtbaar.
  • Maakt het mogelijk de effecten van implementatie van voorschriften te evalueren.
  • Draagt bij aan de kwaliteit van behandeling.

In 1997 heeft de SWAB de werkgroep Resistentiesurveillance opgericht. De SWAB Werkgroep Surveillance Antibioticaresistentie heeft tot doel het stimuleren en coördineren van resistentiesurveillance programma’s en het bijdragen aan de informatievoorziening over resistentieontwikkeling.
Leden van deze werkgroep zijn arts-microbiologen, virologen en microbiologische en epidemiologische onderzoekers van de rijksinstituten zoals ID-DLO en RIVM. Eén of meerdere leden van het SWAB bestuur hebben ook zitting in de werkgroep. De voorzitter en de secretaris worden door de werkgroep gekozen. De voorzitter rapporteert aan het SWAB bestuur. De werkgroep vergadert 5-6 maal per jaar. Binnen de werkgroep kunnen subgroepen worden gevormd die een bepaald onderwerp bespreken en daarover rapporteren aan de werkgroep. Zowel humane- als diergeneeskundige resistentieproblemen zijn onderwerpen van studie en actie van de werkgroep.

Humaan

De werkgroep heeft zogenaamde indicator-microorganismen en indicator-antibiotica geformuleerd, waar de resistentiesurveillance zich op richt. Op dit moment zijn de volgende activiteiten en projecten ontplooid:

1. Surveillance van antibioticaresistentie in Nederland (SARIN). Dit bestaat uit drie deelprojecten.

  1. Surveillance van Extramurale Resistentie in Nederland (SERIN), MUMC, Maastricht waarbij van oudsher samengewerkt met het NIVEL. SERIN legt het basisniveau van resistentie vast bij:
    • gezonde vrijwilligers
    • patiënten die de huisarts bezoeken
    • bewoners van verpleeghuizen.
  2. Surveillance van Intramurale Resistentie in Nederland (SIRIN), MUMC, Maastricht. Een longitudinaal surveillance project dat sinds 1996 resistentie bij indicator-microorganismen tegen indicator-antibiotica meet bij patiënten in 14 grote centra in Nederland op:
    • Intensive Care Afdelingen
    • Urologie afdelingen
    • afdelingen voor Longziekten in 14 grote centra in Nederland.
      Deze afdelingen zijn met opzet gekozen om de effecten van hoog, laag en specifiek antibioticumgebruik te kunnen vastleggen t.o.v. de gevonden resistenties.
  3. RIVM Projecten
    • ISIS, surveillance van algemene antibioticaresistentie onder indicator-antibiotica bij ziekenhuisisolaten van 12 aangesloten instellingen
    • surveillance van resistentie van specifieke middelen bij:

De resultaten van SARIN worden jaarlijks in Nethmap gepubliceerd.

2. Coördinatie van andere surveillanceprojecten ten behoeve van rapportage in Nethmap.

  1. Resistentie van Neisseria meningitidis in samenwerking met het Referentielaboratorium van het AMC te Amsterdam.
  2. Resistentie tegen antivirale middelen in samenwerking met het RIVM
  3. Resistentie tegen antimycotica in samenwerking met het UMC, St Radboud

3. Onderzoek.

Op de prioriteitenlijst van de werkgroep staan o.a. het onderzoek naar multiresistentie en naar het voorkomen van ESBL in zorginstellingen en in de eerste lijn.

Diergeneeskundig

Antibioticaresistentie bij landbouwhuisdieren wordt veroorzaakt door preventief en therapeutisch antibioticagebruik waarbij koppelsgewijze toediening via voer of drinkwater 90% van het totale gebruik uitmaakt. Het therapeutische gebruik, mits toegepast volgens de veterinaire formularia, staat niet ter discussie. Het koppelsgewijze preventieve gebruik is ongewenst en de toepassing van antibiotica als groeibevorderaar is sinds januari 2006 definitief verboden binnen de EU.  Gezien de overeenkomsten van de in dieren gebruikte antibiotica met humaan toegepaste middelen en het risico van verspreiding van antibioticaresistente bacteriën en resistentie-genen via de voedselketen van dier naar mens is een surveillance van antibioticaresistentie in dieren van groot belang.

De surveillance van antibioticaresistentie in dieren omvat momenteel:

  1. Gevoeligheidsbepaling van klinische isolaten door de Gezondheidsdienst voor Dieren (vanaf de jaren zestig).
  2. In alle EU-lidstaten vindt een verplichte surveillance plaats van resistentie in zoönotische voedselpathogenen in fecale flora van landbouwhuisdieren te weten Salmonella, Campylobacter, en commensalen in de dramflora  Escherichia coli, Enterococcus faecium en E. faecalis. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Nationale Referentierlaboratorium voor Antimicrobiële Resistentie in dieren, het CVI-Lelystad in samenwerking met het RIVM en de VWA.
  3. Het CVI verricht onderzoek naar de moleculaire epidemiologie van ESBLs en plasmiden gemedieerde quinolonen-resistentie in Enterobacteriaceae uit dieren en de mens in samenwerking met nationale (UMCU, RIVM) en internationale partners.
  4. Het RIVM, de Faculteit Diergeneeskunde, de Gezondheidsdienst voor Dieren en het CVI doen onderzoek naar het voorkomen van MRSA in dieren, de resistentie en virulentieontwikkeling in die isolaten en de bedrijfsfactoren die bepalend zijn voor het voorkomen.
  • European Antimicrobial Resistance Surveillance System (EARSS)