Onderwerpen

Hoofdstuk 4 - Communicatie tussen zorgverleners gedurende het OPAT-traject

Direct naar:
kies paragraaf  
↑  Naar boven

Naar ander hoofdstuk:




   Kernpunten

  • Er zijn veel zorgverleners betrokken bij OPAT. Dat maakt communicatie uitdagend, maar cruciaal
  • Zorg dat er heldere afspraken zijn over de verantwoordelijkheden van alle betrokken zorgverleners
  • Er zijn diverse ontwikkelingen op het gebied van digitale ondersteuning ter bevordering van de communicatie

 

 

4.1 - De bij het OPAT-traject betrokken zorgverleners

Gedurende het gehele OPAT-traject, van aanvraag tot het stoppen van de OPAT-zorg, zijn veel stakeholders betrokken. Hierbij is het van belang dat alle betrokkenen geïnformeerd worden over de start, voortgang en afronding van de OPAT-zorg. De veelal betrokken zorgverleners bij een OPAT-traject zijn weergegeven in figuur 1.3 in hoofdstuk 1.3.

4.2 - Communicatie ter voorbereiding op initiatie OPAT

Zoals in hoofdstuk 2.6 is beschreven dienen er voorafgaand aan de start van OPAT diverse zaken georganiseerd te worden zoals het plaatsen van een intraveneuze toegang, medicatie en de wijkverpleging. De behandelend arts is verantwoordelijk voor het initiëren van de OPAT-aanvraag. De coördinatie kan plaatsvinden door het OPAT-team waarbij een goede afstemming met apotheek en wijkverpleging noodzakelijk is om tijdige levering van de medicatie en beschikbaarheid van specialistische verpleegkundigen van de wijkverpleging mogelijk te maken.




4.3 - Communicatie over het behandelplan

De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor het informeren van de huisarts of specialist ouderengeneeskunde over het behandelplan, waarvan de gewenste inhoud is beschreven in hoofdstuk 2.8. Dit gebeurt veelal middels een ontslagbrief. Het transferpunt informeert de wijkverpleging over het behandelplan. De verpleegkundige overdracht dient ten behoeve van de uitvoering van zorg relevante medische informatie te bevatten. Gedurende de behandeling kan de hoofdbehandelaar wijzigingen aanbrengen in het behandelplan. Ook hierbij is het zaak dat in ieder geval het specialistische team van de wijkverpleging, de apotheek, de huisarts of specialist ouderengeneeskunde en, indien aanwezig, het OPAT-team hierover geïnformeerd worden. Tot slot is het belangrijk dat zorgverleners elkaar informeren over de afronding van het OPAT-traject, denk hierbij bijvoorbeeld aan een brief naar de huisarts over het OPAT-traject.

4.4 - Communicatie over de voortgang van de OPAT-zorg

De wijkverpleegkundigen verrichten alle OPAT-gerelateerde handelingen zoals vermeld op het uitvoeringsverzoek. Bij logistieke en/of inhoudelijke vragen m.b.t. antimicrobiële middelen zal de wijkverpleging en/of de patiënt contact opnemen met de apotheek. Alleen bij vragen, onduidelijkheden en/of complicaties neemt het specialistisch team van de wijkverpleging en/of de patiënt telefonisch contact op met het OPAT-team, de behandelend arts dan wel de verpleegafdeling van waaruit de OPAT-aanvraag is ingediend. Voor zowel het specialistisch team van de wijkverpleging als de huisarts is het van belang om te weten wie het aanspreekpunt is gedurende het OPAT-traject, en vice versa.

4.5 - Communicatie over bijwerkingen en complicaties

Gedurende het OPAT-traject kunnen er zich onverhoopt problemen voordoen. Regelmatig voorkomende problemen zijn problemen met de toegangsweg (onder andere sneuvelen perifeer infuus, flebitis, verstopte lumen PICC, huidproblemen rondom insteek PICC), problemen gedurende de toediening (onder andere elastomeerpompjes die niet goed leeglopen, verkleurde/troebele infuusvloeistof) en bijwerkingen (onder andere misselijkheid, braken, diarree, huiduitslag en jeuk). Naast de patiënt zal de wijkverpleegkundige veelal de eerste zorgverlener zijn die op de hoogte is van dergelijke problemen. Bij OPAT-gerelateerde problemen dient de behandeld arts hierover geïnformeerd te worden. Dit kan direct door de patiënt dan wel de wijkverpleegkundige , maar ook met het OPAT-team als tussenpersoon. Het is belangrijk dat er duidelijke afspraken zijn over communicatiekanalen bij complicaties en dat er te allen tijde overleg kan plaatsvinden. 

4.6 - Hoe vindt de communicatie plaats

Als er gekozen is voor een OPAT-traject en het ontslag gepland staat, wordt er door het transferpunt contact gezocht met één van de gespecialiseerde wijkteams binnen de regio. De daarvoor verantwoordelijke organisatie dient het beleid van de eigen organisatie te volgen m.b.t. het contacteren van een gespecialiseerde thuiszorgorganisatie. Er zal veelal eerst telefonisch contact plaatsvinden, waarin de zorgvraag (o.a. aantal zorgmomenten) besproken wordt. De gespecialiseerde wijkverpleegkundigen dienen vóór start zorg in het bezit te zijn van een verpleegkundige overdracht, een uitvoeringsverzoek en een voorschrift van het toe te dienen geneesmiddel.

Met betrekking tot een efficiënte en veilige communicatie tussen de betrokken zorgprofessionals (vanuit verschillende organisaties) tijdens het zorgproces, is er nog geen uniforme route. Het zal afhangen met welke organisaties in een regio wordt samengewerkt. Er zijn met betrekking tot EHealth en (transmurale) digitale dossiervoering veel ontwikkelingen.

Stichting Werkgroep Antibioticabeleid

De Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB) is in 1996 opgericht op initiatief van de Vereniging voor Infectieziekten, de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers. De SWAB beoogt de kwaliteit van het antibioticagebruik in Nederland te optimaliseren teneinde een bijdrage te leveren aan de beheersing van resistentie-ontwikkeling en aan beperking van de kosten en andere negatieve effecten van antibioticagebruik.

Blijf op de hoogte →

SWAB maakt gebruik van cookies

In onze privacy statement leest u meer over ons cookiebeleid.